home biografie bibliografie andere_publicaties fotogalerij nieuws gastenboek links contact

contact

 

Archief Colums

Waarom begin je geen website,
zeiden ze...

De wonderlijke avonturen...

 

 

Waarom begin je geen website, zeiden ze...

NE MENS komt rare dingen tegen, als schrijver. De eerste jaren laten de mensen je nog gerust. Ze denken waarschijnlijk dat het wel zal overgaan, of zoiets. Maar schrijven is natuurlijk geen snotvalling of tante Marie die maandelijks op bezoek komt met haar rode vlag. Je bent misschien een boek of tien ver en dan komt het. De vragen. Om te komen voorlezen, om een signeersessie te houden, of vragen tout court. Meestal zijn zulke vragen ingefluisterd of opgelegd door een of andere juf of meester die een opstoot heeft van leesbevordering. Ja, madam, er zitten duivelse mensen in het onderwijs !

De miserie is, dat die vragen altijd dezelfde zijn. Collega Gie Laenen, hij zucht nu nog ergens in een cel denk ik, had daar iets op gevonden. Hij stopte de antwoorden op die telkens weerkerende vragen gewoon in zijn computer. Genummerd. Als hij zijn fanmail doornam noteerde hij geroutineerd in de kantlijn: numeroken zes, elf, zestien en tweeëntwintig, bijvoorbeeld. Hij componeerde met de antwoorden vervolgens in no time een brief die er als zeer ‘spontaan-geschreven’ uitzag. Met lieve groetjes van je grote vriend Gie Laenen. Jaja !
Waren dat nog tijden, ja.

MAAR NU is er dus internet.
Toen ik weer eens aan ‘t zagen was over die fanmail zonder einde [en zonder wezenlijke inhoud] zei iemand: ‘Waarom maak je geen website ?’ Ja, verdorie, waarom maakte ik eigenlijk geen website ? Welke sukkelaar was ik toch ? Een schrijver zonder website, allez, allez ! En ver moest ik niet lopen. Want toen de Gazet van Zele ter ziele ging en we digitaal gingen met Tgazetjen, hadden we daarvoor toch ook een uitstekende website? Ineengestoken door de duivelskunstenaar Luc Bonnaerens van de firma Combo, die eruit ziet als een blozende Lokeraar, maar ge moet hem niet onderschatten. Het zou niet den eerste keer zijn dat iemand zich mispakt aan een blozende Lokeraar, om te zwijgen van een blozende Lokerasse. Maar we dwalen af. Awel ja, ikke dus Luc opgebeld.

MENSENLIEF, is daar wérk aan, aan zo’n website!
Al die boeken bij mekaar zoeken, mijn zusters lastigvallen voor familiefoto’s, enzovoort, enzoverder. Enfin ja, zult u zeggen, dat is toch maar ene keer werk ? Dat is zo. Was het niet, dat die website ook moet onderhouden worden. Als een tuin, bijna. Dus na veel gezwoeg zat in augustus van verleden jaar die website min of meer in mekaar. Alleen was ik op het onzalige idee gekomen om ook een column te voorzien. U zult denken, dat is slim, om aan klantenbinding te doen. En dat is natuurlijk ook zo. Maar eigenlijk had ik heimwee naar de Gazet van Zele en het digitaal Tgazetjen, zij rusten in vrede. In allebei had ik een veelgelezen rubriek, het roemruchte Schot voor de boeg. En na een tijd begon ik het schrijven van die rubriek te missen. Ik kon gewoon niet meer eens even uit mijn krammen schieten, zoals vroeger. Dat is niet goed voor een mens, al die kleine koleiretjes opkroppen. Krijg je kanker van. Die ik ook kréég, maar dat is weer een ander verhaal.

MAAR GOED, ik had dan wel die website, maar die column...
Het kwam er maar niet van. Nu moet ik toegeven, ik kan ongelooflijk lui zijn. Niemand heeft dat in de gaten, omdat ik altijd bezig ben. Het is een heel vreemd soort luiheid, die erop neerkomt dat, als ik iets heel dringends moet doen, ik aan iets helemaal anders begin. Ja, zo zit ik in mekaar. Raar hé !

‘Wanneer begin je nu eens aan die column ?’
Er was altijd wel iets in de weg. Ik kreeg de griep. Ik moest mijn kanker laten controleren. Ik moest proeven corrigeren, uitgevers op de koffie ontvangen, subsidies aanvragen en invaliditeit. Ja, er was altijd wel iets.

WELNU, vanmorgen begon het opeens te kriebelen.
Je weet nooit wanneer het komt, maar vanmorgen kwam het. Ik had slecht geslapen en een béétje moe of een béétje dronken helpt als ik iets wil beginnen schrijven. Niet hondsmoe of stomdronken, natuurlijk, gewoon een béétje moe of een béétje dronken. En voilà, we zijn er! De kop is eraf en nekeer dat er één schaapje over de sloot is, volgen er meer. Hoop ik. U ziet maar. Ik ga deze rubriek ook niet helemaal alleen doen. Af en toe ben ik van plan om een gastschrijver uit te nodigen. Mijn oud-collega’s van Tgazetjen, François en Giovanni bijvoorbeeld. En ik denk aan nog wel andere mensen.
Men zegge of maile het voort. Van Daele is back in town.
En hij schiet weer als een gladiool die zich van seizoen heeft vergist.

HENRI VAN DAELE